Zaaglab › Handleiding › De kastontwerper
Hoofdstuk 12
De kastontwerper
Van kastmaat naar onderdelenlijst: kasttype kiezen, maten invullen, vakken indelen, en de constructie bepalen.
Meldingen en herstel
Bij meerdere oplossingen staan de keuzes onder elkaar, elk met eigen Voor, Na en Toepassen. Bij ongelijke fronten kies je Alle fronten opliggend of Alle fronten inliggend. Voor laden zonder steunvlak kan Zijgeleiders gebruiken of Houten geleiding gebruiken passen. Bij te veel of te hoge laden kun je Laden gelijk verdelen of Minder laden, gelijk verdeeld vergelijken. Ook de verschoven boorrij heeft twee mogelijkheden: Eerste gat op 15 mm of Boorrij uitzetten. Alleen oplossingen die de melding werkelijk wegnemen zonder nieuwe blokkerende fout verschijnen. Blijft één oplossing over, dan staat er één voorstel; zonder oplossing alleen Naar de oorzaak. Eén Annuleren onder alle keuzes sluit de voorvertoning zonder wijziging.
Bij elke melding in de lijst en de banner brengt Naar de oorzaak je naar de betrokken kast, het vak of de deur en de bestaande instelling. Bij een andere kast in de rij wordt die kast eerst geselecteerd. De knop verandert geen ontwerpinstelling. Na zes meldingen open je de volledige lijst met Alle meldingen tonen (2). Het aantal in de kop telt alle meldingen. Op een telefoon krijgt de groep focus, zodat het toetsenbord niet meteen opent. Is het object intussen weg, dan wordt de lijst bijgewerkt en verschijnt De oorzaak is niet meer aanwezig..
Staat bij een melding Herstel, dan kun je eerst het gevolg bekijken. Bij een te diepe ladebak stelt Bakdiepte automatisch een passende diepte voor. Ook bestaande herstelacties voor de romp, planken, schotten, machines en uittrekken openen eerst deze voorvertoning. Je krijgt alleen een voorstel als het de betreffende melding oplost zonder een nieuwe blokkerende fout. Anders blijft Naar de oorzaak beschikbaar. Onder Gevolg van deze wijziging vergelijk je Voor en Na: de instelling, de veranderde onderdelen en de meldingen die verdwijnen of blijven. Het voorstel wordt op een kopie berekend; je ontwerp verandert pas met Toepassen. Staat er Nog niet berekend: kies plaatmateriaal., dan is het aantal benodigde platen nog niet berekend. Leid daar geen plaatbesparing uit af. Bij verschillen in een rij toont Herstel per kastletter wat verandert: sokkel, terugligging, kasthoogte, buurkastdiepte of overgenomen buurmaten. Toepassen voert het hele voorstel in één keer uit; één Ongedaan maken zet alle betrokken kasten terug, ook de niet-geselecteerde. Opnieuw doen voert diezelfde rijwijziging opnieuw uit. Overstekken geven alleen Naar de oorzaak; een verbindende plank en de ruimte tussen rijen kies je zelf.
Met Annuleren sluit je het voorstel zonder iets te wijzigen. Toepassen voert het herstel uit als één wijziging: met Ongedaan maken zet je de vorige toestand terug, met Opnieuw pas je hetzelfde herstel weer toe. Verander je intussen het ontwerp, dan wordt het gevolg automatisch opnieuw berekend voordat je het kunt toepassen. Tijdens Gevolg berekenen… of na Gevolg kon niet worden berekend. kun je nog niets toepassen.
Passtuk in een nis
Met Passtuk boven sluit je de kier tot het plafond boven de actieve kast. Meet Kier links, Kier midden en Kier rechts in het frontvlak. De strook volgt de kastbreedte en loopt bij een zijpasstuk door tot de muur, met afschrijfreserve aan dat uiteinde. Schrijf het plafond en de muureinden ter plaatse af. De klosjes blijven op de kastbovenkant; het overstek rust op het zijpasstuk. Elke kast krijgt een eigen strook. Is die langer dan de geselecteerde frontplaat, dan wordt hij verdeeld met een melding. Zonder frontplaat gebruikt de app 2440 mm als voorlopige grens. Controleer die maat vóór bestellen. De plaatgrens wordt bij Opslaan vastgelegd. Wil je later een grotere plaat gebruiken, open het passtuk en sla de maten opnieuw op. Een kleinere plaat beperkt de strook meteen. De klosbevestiging vraagt kieren van 30 tot 300 mm, een rechte kastbovenkant en frontplaat van minstens 16 mm.
Naden in het bovenpasstuk liggen alleen boven de kast, nooit boven een zijpasstuk of overstek. Elk deel krijgt minstens twee afzonderlijke klosjes van 100 mm op de kastbovenkant. Past dat niet binnen de plaatlengte, dan stopt de app de zaaglijst voor de hele rij. De bouwhandleiding van elke kast in de rij toont dan alleen een stopblad met de reden, ook bij een kast zonder eigen maatfout. Kies een langere frontplaat, open Passtuk wijzigen of verwijderen en sla de maten opnieuw op. Of verwijder het bovenpasstuk met Weghalen en deel de strook zelf met een passende bevestiging. De opgeslagen plaatgrens verandert pas bij opnieuw opslaan.
Plaats en stel de kast eerst definitief. Schrijf de strook op het plafond af. Bevestig de klosjes op de werkbank aan de achterkant van de passende strook en schroef het geheel vanuit de kast op de bovenplaat. Bevestig niets aan het plafond. De Bouwhandleiding toont de stappen met maatfiguren; zaaglijst, 3D en STEP bevatten dezelfde strook en klosjes. Controleer de volledige frontbeweging. Bij een naar boven draaiende klep verschijnt een waarschuwing met Passtuk wijzigen of verwijderen: verwijder het passtuk of kies een ander front als de vrijloop ontbreekt.
Bij een losse kast en de buitenste kast van een rij staan Passtuk links en Passtuk rechts. Meet elke kant afzonderlijk vanaf de geplande loodrechte kastzijde, in het frontvlak: Kier boven, Kier midden en Kier onder. Midden is halverwege de frontstrook. Voer echte metingen in, geen halve nisbreedtes. De bediening verwerkt kieren van 12 tot 300 mm. Controleer ook de muur over de kastdiepte en de inschuifroute.
De zaaglijst bestelt een rechte strook in het frontdecor met 15 mm afschrijfreserve boven de grootste kier. Dit is een eigen ontwerpkeuze. Je kunt de Reserve in de ingeklapte instelling aanpassen. Bij 37/30/24 mm wordt dat 52 mm met de standaardfrontvoeg. De hoogte volgt de frontlijn boven de plint. De gemeten ruimte en de kastbreedte veranderen niet. Kantenband komt op de rechte kastkant en uiteinden, niet op de te zagen muurkant. Dezelfde bestelmaat gaat naar STEP en de werkplaatslijst; de ruwe strook staat daar los vóór de kast.
Open dezelfde knop om maten te wijzigen of het passtuk met Weghalen te verwijderen. In Bouwhandleiding staan afzonderlijke stappen voor voorbereiden, afschrijven na waterpas en loodrecht stellen, proefpassen en bevestigen. Bij smalle kieren vervangt een compacte beugel de klossen. De beugels en bevestigingsmiddelen staan ook in Wat heb ik nodig, met onbekende prijs. Het passtuk draagt de kast niet en vervangt geen kantelbeveiliging. Een passtuk maakt de deurvrijloop niet groter: de 3D-bewegingscontrole gebruikt de kleinste gemeten kier als conservatieve muurgrens. Controleer ter plaatse de volledige beweging met muur, greep en eventuele binnenladen.
Waarom je hem wilt gebruiken
Je kunt elk onderdeel met de hand intikken. Maar bij een kast betekent dat: elke keer dat je één maat verandert, alle andere maten opnieuw uitrekenen. Twee zijkanten worden korter, de planken worden smaller, de achterwand klopt niet meer.
In de kastontwerper geef je de buitenmaat op en teken je de indeling. De onderdelenlijst volgt daaruit, en blijft kloppen als je iets verandert. Je ziet de kast in aanzicht terwijl je werkt.
Je opent hem met het tabblad Kastontwerp bovenin.
Een kasttype kiezen
Liever kijken? De video Kast onder een schuin dak laat de zolderkast stap voor stap zien.

Boven de ontwerper staan drie knoppen. ← Ander kasttype brengt je terug naar deze galerij; heb je al een ontwerp, dan staat daar ← Verder met mijn ontwerp om er weer in te gaan zonder iets kwijt te raken. Bewaar als sjabloon zet je huidige kast als eigen sjabloon in de galerij, lokaal op dit apparaat, zodat je er later een nieuwe kast mee begint. Rechts staan de bouwhandleiding en Wat heb ik nodig. Heb je eerst je eigen platen ingevoerd, nog zonder onderdelen? Dan blijven die staan als je een kasttype kiest, en de kast neemt het materiaal en de dikte ervan over (staat jouw kastdikte er niet bij, dan de dikte die er het dichtst bij ligt, vanaf 12 mm).
Je begint met een type. Dat is geen keurslijf: het bepaalt alleen waar je begint, en daarna verander je alles wat je wilt. De typen staan in groepen: Wonen, Keuken, Badkamer en wasruimte, Werkplaats en garage en Zolder en trap; je eigen sjablonen staan onderaan onder Eigen sjablonen. Een paar typen openen een compleet voorbeeldproject in plaats van een kale kast (hieronder aangegeven); dat is een concept dat pas wordt bewaard als je iets verandert.
- Boekenkast
- Open vakken, verstelbare planken
- Kast met deuren
- Romp, 1-2 deuren, planken
- Mediawand
- Tv-vak met vakken, deuren en laden. Opent het voorbeeldproject.
- Garderobekast
- Roede + legborden, optionele lades
- Ladekast
- Romp met meerdere laden
- Tv-meubel / dressoir
- Laag en breed, deuren en lades
- Secretaire met klep
- Klep wordt een bureau, klepsteun aan elke kant. De klep ligt open op 750 mm, bureauhoogte, gelijk met de plank eronder. Zie het deel Klep hieronder.
- Roomdivider
- Open vakkenraster, dubbelzijdig
- Keuken onderkast
- 600 breed, sokkel, lade + deur
- Keuken bovenkast
- Ondiep, deuren, legborden
- Bovenkast met kantelende laden
- Drie laden die voorover kantelen, boven elkaar in één vak, op de maat van de keukenbovenkast. Zie Kantelt bij uittrekken bij de laden.
- Apothekerskast
- Keukenkast van 30 cm met één uittrek. Opent het voorbeeldproject; de uittrek staat in de kastenrij als gekoppelde kast A1.
- Hoekkast met verborgen uittrek
- Blinde hoek benut, met buurkast. Opent het voorbeeldproject met de buurkast.
- Hangende hoekkast met kantelladen
- Bovenkast in de hoek, laden kantelen uit. Dezelfde hoek, aan kastophangers, met twee kantelende laden in de verborgen uittrek; de buurkast hangt mee. Zie Voorbeelden.
- Hoekkast op een sokkel
- Keukenonderkast in de hoek, plint loopt om de hoek. Dezelfde hoek als keukenonderkast op een sokkel van 150 mm, met de buurkast haaks ervoor en een kast rechts op dezelfde sokkel; de plint loopt met een hoekstuk door tot de buurkast. Zie Voorbeelden.
- Wasmachinekast
- Machine op een draagblad, uittrekplank en lade eronder. Zie het deel Wasmachinekast hieronder.
- Dubbele wasmachinekast
- Wasmachine en droger naast elkaar op een verhoging. Opent het voorbeeldproject; in de Verenigde Staten de variant voor machines van 27 inch.
- Wasmachine en droger op elkaar
- Droger boven de wasmachine, kastje erboven. Opent het voorbeeldproject. Niet in de Verenigde Staten: de kast is gemaakt voor machines van 60 cm.
- Wand- / badkamerkast
- Smal, deur(en), planken
- Garagekast
- Vier kolommen met deuren en legborden. Opent het voorbeeldproject.
- Werkbankkast
- Laden op het raster, onder een werkblad. Opent het voorbeeldproject: laden op het 32-mm-raster, bovenregels in plaats van een dicht blad en een terugliggende sokkel.
- Hoekkast met rolwagen
- Wagen rijdt uit de hoek, twee driehoeken trek je naar voren. Opent het voorbeeldproject met een keukenonderkast in elke rij. Zie Voorbeelden.
- Hoekkasten boven elkaar
- Hoek met rolwagen, erboven een hangende hoekkast. Opent het voorbeeldproject: de hoek met rolwagen met een keukenonderkast in elke rij, en erboven in de bovenrij de hangende hoekkast met zijn haakse buurkast; rechts onder een opvulstuk. Zie Voorbeelden.
- Zolderkast
- Recht deel + schuin aflopend, links of rechts
- Kast onder de trap
- Schuin aflopend, deur en open vakken. Opent het voorbeeldproject.
De maten van de kast

- Hoogte
- De buitenmaat van boven naar onder, inclusief de sokkel.
- Breedte
- De buitenmaat van links naar rechts, dus inclusief de dikte van beide zijwanden.
- Diepte
- Van voor naar achter. Deuren komen daar meestal nog voor; de kast wordt dus iets dieper dan dit getal.
- Dikte
- De plaatdikte van de romp. 18 mm is gebruikelijk voor een kast die iets moet dragen.
- Materiaal
- Het plaatmateriaal. Wil je fronten van iets anders, dan kun je dat per onderdeel zetten; er verschijnt dan één regel Gemengd met het aantal plaatsoorten. Per onderdeel klapt de lijst per onderdeel uit, terugzetten zet alles terug op het kastmateriaal. Bovenaan de lijst staan de materialen van de platen in je project, daaronder de bibliotheek. Staan er meer kasten in een rij, dan gaat je keuze mee naar alle kasten die hetzelfde materiaal hadden; onder het veld staat dan een regel met het aantal kasten en ongedaan maken.
Zijkanten, boven en onder zijn stroken zo breed als de kastdiepte. Is je kast net iets te diep om er twee (of drie) naast elkaar uit de plaatbreedte te halen, dan rekent de tool het hele project na met de diepte waarbij dat wel lukt. Scheelt dat echt platen, dan staat onder de maten een tip met die diepte, het aantal platen voor en na en, als het zo is, de kortere ladegeleiders. Met de eerste knop zet je de kast op die diepte; in een rij gaan alle kasten met dezelfde diepte en hetzelfde materiaal mee, en via de melding maak je het in één keer ongedaan. Met de tweede knop houd je je eigen maat en blijft de tip voor die diepte weg. Bij een hoekkast of een hoek met rolwagen in de rij geeft de tool deze tip niet.
Vakken indelen

Tik een vak in de tekening aan. Rechts verschijnt wat je aan dat vak kunt toevoegen: Voeg toe aan dit vak:

- + Plank
- Een horizontale plank; het vak wordt in tweeën gedeeld.
- + Schot
- Een verticaal tussenschot; het vak wordt naast elkaar gedeeld. Komt het schot op of onder een plank op pennen, dan zet de tool die plank vast (deuvels en excenters) en meldt dat; met Toch op pennen draai je dat terug, en dan blijft er een aandachtspunt staan. Met Herstel bekijk je eerst het voorstel om de dragende planken vast te zetten, daarna bevestig je met Toepassen.
- + Lade
- Een lade in dit vak. Zie Laden, deuren en beslag.
- + Deur
- Een deur voor dit vak. Voor één deur over meerdere vakken: Tik een vak ernaast, erboven of eronder erbij voor één deur of één cleatveld over meerdere vakken; de selectie wordt vanzelf een rechthoek. Zie Laden, deuren en beslag.
- + Wasmachine
- Een open vak voor een wasmachine of droger, met een draagblad eronder. Alleen bij een vak en een kast van minstens 600 breed en diep (in de Verenigde Staten 27 inch breed en 31 3/8 inch diep). Zie het deel Wasmachinekast hieronder.
- + Uittrekplank
- Een plank op kogelgeleiders, om de wasmand op te zetten. Zie het deel Wasmachinekast hieronder.
- + Klep
- Een klep over dit vak die naar beneden openklapt, met ondersteuning aan elke kant. Zie het deel Klep hieronder.
- Roede
- Een kledingroede in dit vak, met de houders erbij op de boodschappenlijst.
- Achterkant
- Onder het kopje Achterkant kies je Achterwand of French cleats: latten met een schuine kant waaraan je gereedschapshouders hangt. Kies per vak een achterwand of French cleats: latten met een schuine kant waaraan je gereedschapshouders hangt. Vakken met cleats naast of boven elkaar worden één veld. De latten lopen van buitenkant tot buitenkant tussenwand en worden op de tussenwanden geschroefd. Ligt er naast het veld een achterwand, dan drukt een sponning in de lat hem vast. Op elke naad tussen twee achterwanden komen plaatjes, zodat de hele achterkant even dik is als de latten en de kast vlak tegen de muur staat. Dit kan in een vak dat een hele kolom breed is, met een opdek-achterwand of zonder achterwand. Wil je een hele kolom met planken, tik dan alle vakken van die kolom aan en kies het daar. Na de keuze staat de maat van het veld eronder, met Instellingen cleats om de latmaten in te stellen. In een apothekersuittrek heet het kopje Zijafsluiting en kies je per vak Plaat (of Open) of French cleats; de latten lopen dan over de hele breedte van het veld, tot de buitenkant van de wanden, en de uittrek wordt zo veel smaller als de latten dik zijn. Dat kan niet als je bij Zijafsluiting in de groep Romp en achterwand al French cleats over de hele zijkant hebt gekozen.
- Leeg maken
- Alles uit dit vak halen, maar het vak zelf houden.
- Verwijder vak
- Het vak zelf weghalen; het buurvak wordt groter.
Planken verdeel je in de tekening: elke + Plank deelt het vak in tweeën, en door de plank aan te tikken sleep of typ je de maat (zie hieronder). In de rij Plankspeling van de kaart Kast staan de boorrij en de speling per kant voor planken op pennen, Speling plank per kant. Tik een plank ergens op de lijn aan; in de kolom naast de tekening (op een telefoon de strook eronder) kies je onder Bevestiging tussen Op pennen (verstelbaar, met speling), Vast (tegen de zijwanden, volle vakbreedte, telt mee bij de verbinders) en Sierplank (een afsluitplank: vast, maar onbelast, dus zonder doorbuig- of draaglastcontrole). Kan een plank niet op pennen, bijvoorbeeld omdat hij een vak met laden op het raster afsluit, dan staat eronder waarom. Bij een vaste plank, een sierplank en bij elk schot kies je onder Aan de romp tussen Deuvels en Deuvels + excenters: hoe het deel aan de romp zit. Die keuze telt mee in Wat heb ik nodig. In dezelfde rij staat Boorrij 32 mm: aan zet de verstelbare planken op de boorrij van de zijwand (onderkant van de plank op een pen in een rijgat), zodat ze in stappen van 32 mm verschuiven en de zijwand één boorplan krijgt met de scharnieren. Met de knop Legborden gelijk op de rij in het palet van een vak zet je alle verstelbare legborden van dat vak in één keer op gelijke afstand op de rij, in hele stappen van 32 mm; wat overblijft gaat naar het bovenste vak. Daarna schuift elke plank weer los. Aan: de verstelbare planken staan op de boorrij van de zijwand, dus de onderkant van elke plank ligt op een pen in een rijgat. Verschuiven gaat dan in stappen van 32 mm, ook bij slepen; vaste planken, sierplanken en schotten blijven vrij. De rij zelf (eerste gat, afstand tot de voorkant) stel je hieronder in bij Plankspeling. Zo krijgt de zijwand één boorplan voor planken en scharnieren. Ladegeleiders: de app meldt het als de as van een geleider naast de rij ligt. Met de knop Legborden gelijk op de rij in het palet van een vak zet je alle verstelbare legborden van dat vak in één keer op gelijke afstand; daarna schuift elke plank weer los. Bij het aanzetten zegt de app hoeveel planken zijn verschoven; de tekening toont de rijgaten als stippen op de zijwanden.
Per plank kies je in het balkje op pennen (verstelbaar) of vast (tegen de zijwanden). Vast is precies de vakopening; op pennen is per kant deze speling smaller.
Tik je een plank ergens op de lijn of het bolletje van een schot aan, dan staat in de kolom naast de tekening (op een telefoon de strook eronder) de maat van de vakken aan weerskanten, Vak erboven en Vak eronder (bij een schot Vak links en Vak rechts; samen blijven ze even groot, dus het ene veld loopt mee met het andere), een veld Dikte (een eigen dikte voor dit ene schot of deze ene plank, bijvoorbeeld een tussenschot van 35 mm in een kast van 19; de buurvakken, de deuren over dat schot, de tekening, het 3D-model en de zaaglijst rekenen ermee), onder Positie de knop Vastzetten en onderaan Plank weghalen of Verwijder schot. Het kruisje rechtsboven in de kolom sluit hem, net als Escape op een toetsenbord. Een vastgezette plank of een vastgezet schot blijft op zijn plek, ook als je erboven, eronder of ernaast een plank of schot toevoegt: alleen de vrije vakken schuiven. Past de indeling daardoor niet meer in de romp, dan zegt de melding boven de tekening hoeveel er tekort is, met Herstel voor een voorstel dat de hoogte of breedte precies genoeg vergroot. Bekijk het gevolg en bevestig met Toepassen; Ongedaan maken zet de vorige maten terug. Dezelfde dikte kun je ook in de onderdelenlijst van het zaagschema wijzigen; dat komt op hetzelfde neer. Loopt die scheiding aan de overkant tegen een plank of schot van een hoger niveau aan, dan staat er ook een knop Trek door naar boven, Trek door naar onder, Trek door naar links of Trek door naar rechts. Die trekt de scheiding door het buurvak heen: de plank of het schot dat ertegenaan liep wordt dan twee stukken, zodat je die los van elkaar kunt verschuiven (bijvoorbeeld een bovenplank rechts hoger dan links). De tool zegt wat er gebeurd is: Schot doorgetrokken: de plank is nu twee planken. De knop verschijnt alleen als de lijn aan de overkant op een scheiding op dezelfde lijn of op een ongedeeld vak uitkomt; door een vak met laden kan de lijn niet: Doortrekken kan hier niet: de lijn zou door een vak met laden gaan.
Inzoomen op de tekening: knijp op een trackpad of touchscreen, of houd Ctrl (op een Mac ⌘) ingedrukt en scrol. De knoppen rechtsonder in de tekening doen hetzelfde: Inzoomen, Uitzoomen en Passend. Ingezoomd verschuif je de tekening met Shift plus slepen, met twee vingers, of door te scrollen. Bolletjes, aantikken en slepen werken ingezoomd gewoon door. Volledig scherm (rechtsboven) maakt de tekening schermvullend.
Welke opties zie je?
Materiaal en kantenband combineert materiaal en afwerking. De maten en Romp en achterwand blijven bereikbaar bij iedere kast. Deuren en ladefronten verschijnt zodra er een deur, lade of klep is; Deuren verbergen alleen bij deuren. Onder Plankspeling staan de speling en Boorrij 32 mm, met Eerste gat en Rij vanaf voorkant. Potafstand K blijft bij de fronten. Tik een vak en kies + Plank om een plank toe te voegen; tik de plank ergens op de lijn om hem te verschuiven of kies Plank weghalen om hem weg te halen.
Ophangen, Inbouw en Schuine kant (zolderkast) staan onder de ingeklapte regel Meer kastopties. Bij een hangkast staat ophangen direct in de romp, bij een inbouwkast inbouw, bij een zolderkast of trapkast de schuine kant. Gekozen afwijkingen bij andere kasttypes blijven als samenvatting bij Meer kastopties staan. Open de regel om ze aan te passen. De achterkantkeuze per vak blijft bereikbaar via Meer vakopties in het palet, ook voor bestaande cleatvelden.
De constructie
In de zijbalk (op een telefoon: onder de tekening) staat de kaart Kast met de badge Hele kast: de keuzes die bepalen hoe de kast in elkaar zit en die voor de hele kast gelden. Ze veranderen de onderdelenlijst echt, niet alleen de tekening. De kaart bestaat uit rijen die je los van elkaar open- en dichtklapt: Materiaal en kantenband, Romp en achterwand, Plankspeling, Ladebak en geleiders, Deuren en ladefronten en Stabiliteit. Een dichte rij toont in één regel de belangrijkste waarden (bijvoorbeeld "In sponning 10 mm · sokkel 80 mm"), zodat je ziet wat er staat zonder hem te openen. De tool onthoudt per rij of je hem open had. Kies je een ladeblok of een deur in de tekening, dan verschijnt daarboven een aparte kaart met alleen wat voor dát onderdeel geldt (badge Dit ladeblok of Deze deur); zie Laden, deuren en beslag.
Direct onder Materiaal staat Plaatdiktes: de plaatdikte per soort onderdeel, op één plek. Leeg: zoals het korpus (6). Ladebodem en achterwand hebben hun eigen standaard. Wat je hier invult, werkt overal door: zaaglijst, tekening, 3D en bouwhandleiding. Dicht toont de groep het korpus en wat daarvan afwijkt.
- Korpus
- Dikte van zijkanten, boven, bodem en sokkel. Dezelfde waarde als Dikte bij de maten bovenaan.
- Deuren
- Dikte van de deuren en een klep. Leeg = zoals het korpus. Bij een kast boven de hoek met rolwagen: Deuren en fronten volgen de frontdikte die de hoekkast eronder voor zijn buur links aanneemt; die stel je bij de hoekkast in.
- Lade- en uittrekfronten
- Dikte van de fronten van laden, apothekersuittrekken en uittrekplanken. Leeg = zoals het korpus. Bij een inliggend front ligt de lade of uittrek die dikte verder naar achteren, en de schroeven waarmee je het front van binnenuit vastzet, zijn zo lang dat ze er niet doorheen komen.
- Planken en schotten
- Dikte van legplanken en tussenschotten. Een dikte die je bij één schot of plank zelf invult, gaat voor. Leeg = zoals het korpus.
- Apothekersuittrekken
- Alleen met een apothekersuittrek: Dikte van de apothekersuittrekken zelf, de kastjes die uitschuiven, en van de montagelijsten waarop hun geleiders zitten. Leeg = zoals het korpus. Een dikte die je bij een apothekersvak zelf invult, gaat voor.
- Bakdikte
- Bij Ladebak en geleiders: Plaatdikte van de zijwanden en de achterwand van de bak. Leeg = de kastdikte. Met een kogelgeleider en schroeven 4 × 14 minstens 14 mm; voor 12 mm bestaat een eigen geleider met schroeven 4 × 12 (Hettich KA 5332). Bij kantelende laden krijgen ook de glijlatten in de kast deze dikte.
- Ladebodem
- Bij Ladebak en geleiders: Dikte van de ladebodem. 6 mm voor kleine laden, 8 tot 10 mm voor brede of zware.
- Achterwand
- Bij elke achterwand behalve Geen: Hoe dik de achterwand is. Gangbaar 3 mm (hardboard) tot 8 mm (MDF of multiplex). Bij een groef of sponning bepaalt dit hoe breed of diep de uitsparing wordt; de zaaglijst neemt deze dikte over. Bestaat het gekozen materiaal niet in die dikte, dan kiest de app een dun rugmateriaal dat er wel in bestaat, zoals hardboard voor 3 mm.
- Korpus
- Zelf maken (standaard) of Gekocht. Zelf maken: de app zaagt de hele kast. Gekocht: je koopt het korpus kant-en-klaar (zijkanten, boven en onder, achterwand) en zaagt alleen de binnenkant: planken, schotten, laden, fronten en uittrekken. Het korpus staat dan niet in de zaaglijst, wel in 3D en de tekening, in een lichte tint. Vul de maten van het gekochte korpus in, zonder ophangrail of poten. Iets anders dan Inbouw in een kast: daar maakt de app de romp van de inzet wel. Bij Gekocht staan in deze groep alleen nog Wanddikte korpus, Ophangen, Hoogte poten en Onderstel (Alleen poten, Plint zagen of Sokkel bouwen). Bij Sokkel bouwen heet de hoogte Sokkel en kies je ook Terugligging en Sokkelopbouw: de zijsokkels en de sokkellijst komen in de zaaglijst, een raam van vurenhout in de afkortlijst, en de bouwhandleiding begint met de sokkel, waarna het korpus erop komt. Bij een onderkast kun je met Regels bovenin (Geen of 2 regels zagen) twee regels van plaat bovenin het korpus zagen: Voor een korpus met een open bovenkant, zoals een keukenonderkast: twee regels van plaat van 100 mm breed tussen de zijwanden, gelijk met de bovenkant, met een hoekverbinder aan elk eind. Daar schroef je het werkblad van onderen aan vast. Ze komen bij wat het korpus bovenin al heeft. De bouwhandleiding heeft er een eigen stap voor; de keuzes voor achterwand, regels, bovenkant en sokkel blijven bewaard voor als je teruggaat naar Zelf maken. Bij Maten heet de dikte dan Plaatdikte binnenkant. Vaste planken worden losse planken op plankdragers en schotten komen vast met hoekverbinders, want in een dicht korpus schuif je geen plank met excenters tussen de wanden. Met een rij kasten zet de knop "Voor alle … kasten" het voor alle kasten tegelijk, met ongedaan maken. In de zaagplanner staat onder de kop van zo'n kast korpus gekocht; op de boodschappenlijst staan het korpus (maat met de kastletter) en de poten. Hangt de kast, dan hangt hij aan het beslag van het korpus: Ophangen heet dan Ophangrail (bij een bovenkast staat er Aan een ophangrail (het beslag zit bij het korpus)), zonder kastophangers; de boodschappenlijst telt één ophangrail per reeks kasten naast elkaar, in stukken van 2 m met de zaagmaten, plus de schroeven, en de kast hangt 10 mm voor de muur. Railhoogte en draagvermogen staan in de handleiding van het korpus. Een gekocht korpus heeft een vaste hoogte, dus de poten maken het verschil: eindigt een gekocht korpus naast een hoekkast of de hoek met rolwagen hoger of lager dan de hoek, dan zegt een aandachtspunt hoeveel, met de knop Herstel; eindigt een hoge kast met gekocht korpus net onder de bovenkasten, dan staat onder de rij de knop Herstel. Het korpus zelf verandert nooit. Niet bij hoekkasten, de hoek met rolwagen, de wasmachinekast, een zolderkast, een uittrek of een camperkast. Bij de wissel naar Gekocht verschijnt vooraf een melding over de eigen maten die vervallen met de betrokken onderdelen en hun eigen maten. Annuleren behoudt alles; Doorgaan voert de wissel uit. Zonder vervallende eigen rompmaten verschijnt deze melding niet. Dit geldt ook voor de wissel voor alle kasten.
- Achterwand
- Opdek legt een plaat tegen de achterkant, In groef laat hem in een groef in alle vier de rompdelen lopen (netter en stijver), In sponning legt hem in een sponning rondom zodat hij gelijk ligt met de achterkant, en Geen laat hem weg. Bij groef en sponning vul je Groefdiepte of Sponning achterwand in; de regel eronder zegt hoe groot de achterwand daardoor wordt (binnenmaat plus twee keer de inleg). Een kast zonder rug kan scheef zakken.
- Kabeldoorvoeren
- Onder de achterwand staat Kabeldoorvoeren. De i-knop naast de kop legt de meetpunten en controles uit. Met Kabeldoorvoer toevoegen maak je een rond gat per kast, standaard met Diameter 60 mm en Hart boven bodem 80 mm. Bij Horizontaal kies je Midden of Zelf instellen; bij de laatste keuze vul je Hart vanaf links in, gemeten binnen de kast. De hoogte is vanaf de bovenkant van de bodem. De twee hartmaten op de losse achterwand kunnen daarvan afwijken, omdat de plaat bij groef of sponning in de romp steekt. Met Verwijder doorvoer haal je een doorvoer weg. Bij Geen blijven de keuzes bewaard en zijn ze inactief. Dit werkt ook bij een gesplitste achterwand. De hint noemt het aantal delen en de naadposities, gemeten zoals de invoervelden Hart vanaf links en Hart boven bodem, zodat je een gat er direct naast zet. Een gat moet met 0,5 mm geometrische randmarge volledig op één deel liggen. Bij nieuwe invoer kiest de app zo nodig een vrije plek naast de naad. Dit is geen constructieve veiligheidsmarge. Bij een gekocht korpus, schuine kast, hoekkast of cleatveld staat waarom het niet beschikbaar is. Een nieuwe maat die een obstakel raakt klikt naar de dichtstbijzijnde vrije plek. Opgeslagen vrije maten uit oude projecten worden bij openen nooit stil verplaatst: gebruik dan Naar vrije plek of wijzig de maat. Kan het gat nergens vrij liggen, dan zegt de melding ook dat het niet in de zaaglijst, tekening en STEP staat. De invloed van de opening op de stevigheid is niet doorgerekend. Controleer of de stekkers passen en er achter de kast ruimte is. De achterwand blijft rechthoekig in de zaaglijst; de opmerking noemt diameter en twee hartmaten vanaf plaatlinksonder, van binnenuit gezien. Bij een gesplitste achterwand staan het gat en de lokale hartmaten uitsluitend bij het juiste deel, ook op het etiket en in STEP. De bouwhandleiding noemt dat onderdeelnummer en toont de maatlijnen vanaf de linker- en onderrand van dat losse deel. Het aftekenen en zagen met de passende gatzaag komt vóór het plaatsen van de achterwand.
- Vorm
- Bij Vorm kies je Rond gat of Uitsparing aan de rand. Een randuitsparing begint aan de echte buitenrand van een achterwanddeel. Kies Boven, Onder, Links of Rechts; een plaatnaad of vakrand waar de achterwand doorloopt is niet beschikbaar. De startmaten zijn Breedte langs de rand 100 mm langs de rand en Diepte vanaf de rand 40 mm vanaf de plaatrand. Met Midden of Zelf instellen bepaal je de plaats. De app kiest een vrije startplek en laat gewijzigde maten naar een passende plek springen. Bij groef of sponning telt de inleg mee in de diepte: de zichtbare opening is dus minder diep. Controleer de bevestiging en de stevigheid van de kast, omdat je de plaatrand onderbreekt. Het boorplan en de werkbankfiguur tonen de echte uitgesneden plaat met start-, breedte- en dieptematen; zaag de uitsparing met een decoupeerzaag voordat je de achterwand monteert. De zaaglijst houdt het rechthoekige uitgangsdeel aan met de uitsparing als nabewerking. Bij een rond gat kies je Zonder afwerkring of Afwerkring (zelf kiezen). Neem bij een zelfgekozen ring Gatmaat voor de ring en Flensdiameter over van het product. Het gat volgt de gatmaat; de app houdt de hele flens vrij van obstakels. Controleer of de ring in de gekozen plaatdikte klemt. Wat heb ik nodig vermeldt het aantal ringen en de passende gatzaag. De bouwhandleiding plaatst de ringen na het monteren van de achterwand en vóór het plaatsen van de kast. STEP bevat de uitsparing of het ronde gat als echte bewerking; de afwerkring is afwerking en geen te produceren plaat.
- Kabeldoorvoer hier
- Selecteer een vak in de kasttekening en open Meer vakopties. Onder Achterkant staat Kabeldoorvoer hier alleen als de gekozen diameter er vrij past (60 mm als je nog geen doorvoer hebt, anders de diameter van de laatste doorvoer). Het gat komt horizontaal in het midden en zo laag mogelijk boven de bodem of plank. De app wijkt uit voor laden, geleiders, planken, tussenschotten, plaatnaden, ophangers en andere gaten. De doorvoer blijft aan dit vak gekoppeld als de indeling verandert. Zo nodig schuift hij naar de dichtstbijzijnde vrije plek en verschijnt Verplaatst naar een vrije plek in dit vak.. De bestaande maatvelden tonen de actuele plek, gemeten vanaf links en boven de binnenbodem van de hele kast. Je kunt die maten aanpassen; een geblokkeerde maat klikt naar een vrije plek in hetzelfde vak. Ook direct na Kabeldoorvoer toevoegen kun je bij Vak een passend vak kiezen. De korte namen tellen de zichtbare kolommen van de romp (schotten van minstens een halve kasthoogte) van links naar rechts, en de vakken daarbinnen van boven naar beneden (bij vakken naast elkaar eerst links). Een breder vak noemt het kolombereik. Zelf instellen maakt de doorvoer los van het vak en behoudt de huidige hartmaten. Het gekozen vak licht in de tekening op, zonder nummer. De markering hoort alleen bij de actieve kast en komt niet in de uitvoer. Verdwijnt het vak of is het te klein, kies dan een ander vak of gebruik Verwijder doorvoer. Tot die tijd ontbreekt het gat in de uitvoer. Controleer de nieuwe maatvoering voordat je gaat zagen.
- Groefbreedte
- Alleen bij een achterwand in groef: Hoe breed de groef voor de achterwand is. Leeg = precies de wanddikte. Iets ruimer schuift makkelijker, bijv. 4 mm voor een wand van 3 mm. De zaagmaat van de wand verandert niet. Is de groef smaller dan de wand, dan meldt de app dat de wand er niet in past; bij meer dan 2 mm speling waarschuwt hij dat de wand gaat rammelen.
- Extra diepte sponning
- Alleen bij een achterwand in sponning: de diepte van de sponning volgt vanzelf uit de wanddikte. Hoeveel dieper de sponning is dan de wand dik is. 0 = de wand ligt gelijk met de achterkant; met bijv. 2 mm ligt hij 2 mm verzonken. Planken en schotten worden zoveel korter.
- Afstand tot achterkant
- Alleen bij een achterwand in groef: Hoe ver de groef van de achterkant af ligt. De achterwand zit zo ver naar binnen; planken en schotten worden daardoor korter. Onder de keuze staat wat de wand en de planken daardoor worden, bijvoorbeeld: Groef in alle vier de rompdelen (zijkanten, boven en onder), 4 diep en 3 van de achterkant. De achterwand wordt 44×69: de binnenmaat plus twee keer de groefdiepte. Planken en schotten worden 18 mm diep.
- French cleats
- Alleen als een vak French cleats heeft (zie het palet hierboven): Latdikte, Latbreedte en Hart op hart van de latten, standaard 15, 50 en 105 mm; de latten komen van boven af, met 55 mm ruimte onder de plank of het blad erboven. De sponning in de latten en het aantal aandrukplaatjes rekent de app zelf uit; ze staan in de regel eronder. De achterwand wordt dan per kolom in delen gezaagd, met plaatjes op de naden, zodat de hele achterkant even dik is als de latten.
- Onderstel
- Bij een zelfgemaakte romp kies je Houten sokkel of Stelpoten met losse plint. Alleen bij hout blijven Sokkelconstructie en Sokkelopbouw beschikbaar. Zonder houten sokkel blijft hoogte 0 de bestaande route. Stelpoten veranderen de rompbouw: zijwanden eindigen aan de onderkant van de bodem, de bodem zit ertussen. De zijwanden zijn de totale hoogte min de hoogte onder de romp. Een gekocht korpus houdt zijn eigen onderstelkeuzes.
- Hoogte onder de romp
- Van het hoogste punt van de vloer tot de onderkant van de kast. De totale hoogte blijft gelijk; de romp wordt deze hoogte korter. De samenvatting toont totale hoogte, romp en onderstel. Hettich Korrekt 100 (61851) heeft een bereik van 89 tot 125 mm; een hoogte erbuiten geeft Deze hoogte past niet bij de gekozen poten. Kies andere poten of pas de hoogte onder de romp aan. De maat wordt niet stil naar het productbereik begrensd.
- Poten en bevestiging
- Eigen regel van Zaaglab, geen fabrikantregel: een rij met een voorpoot en een achterpoot onder elke zijwand en elk staand tussenschot dat op de bodem staat. Extra rijen worden gelijk verdeeld tussen deze vaste rijen, zodat de hart-op-hartafstand nooit groter is dan 600 mm. Dit is geen berekening van het draagvermogen. Het pootaantal staat direct bij het product; de i-knop legt de regel en montagevolgorde uit. Onder Artikelen en montage vind je de artikelen en bevestiging. Hettich Korrekt 100 (61851), bereik 89 tot 125 mm. Planform montageblok 79693 onder iedere poot. Clip 61855 op elke voorpoot waar de plint aanklikt. Montagegaten ter plaatse bepalen en boren; geen CNC-boringen voor blokken of clips. De poot- en blokposities zijn een schematische weergave, geen exact boorprofiel. Monteer met de meegeleverde fabrikantdocumentatie. Bij een hoek, schuine kast, rolwagen of niet betrouwbaar te plaatsen rijpositie verschijnt Voor deze kast is nog geen pootplan beschikbaar. met de reden.
- Plinthoogte om te zagen
- Vul de plintstrook op overmaat in. Meet ook waar de vloer lager ligt. Zaag de plint op overmaat; schrijf de onderkant na het stellen af. De losse plint gebruikt standaard het frontmateriaal en staat één keer in de zaaglijst, zonder houten sokkeldelen of regelwerk. De terugligging geldt tot de voorkant van de plint. Eerst blokken en poten aan de romp, dan plaatsen en stellen, daarna de plint. Wat heb ik nodig telt de poten, montageblokken en clips uit hetzelfde pootplan, met prijs onbekend. STEP en de werkplaatslijst melden Montagegaten voor de poten: ter plaatse boren. Montageblokken en plintclips krijgen geen CNC-boringen. Plint als uitgangsdeel op overmaat, na het stellen ter plaatse afschrijven en passend zagen. JSON en het ingesloten project in STEP bewaren de keuze en zaaghoogte.
- Sokkel
- Hoogte van de terugliggende voet. 0 = geen sokkel. Zijwanden door tot de grond (met een terugliggende sokkel krijgt elke zijwand een uitsparing), of de sokkel onder de bodem: de onderplaat loopt door en de zijkanten staan erop. Vul je een terugligging in zonder zelf te kiezen, dan komt de sokkel onder de bodem; dat is minder werk. Bij een hoekkast staat onder het veld: De plint volgt de hoek: hij loopt langs de voorkant en een hoekstuk trekt hem door tot de zijwand van buurkast B, in lijn met diens plint. Zet B en de kast ernaast op dezelfde sokkel en hoogte. Een hangende hoekkast heeft geen sokkel.
- Terugligging
- Bij Stelpoten met losse plint blijft het gekozen onderstel behouden. De volgende constructie-uitleg geldt voor Houten sokkel. Alleen bij een sokkel. Hoe ver de sokkel achter de voorkant van de romp ligt, zodat je met je voeten onder de kast kunt staan. 0 = gelijk met de voorkant. In de keuken is 50 mm tot 75 mm gangbaar; de fronten liggen er nog hun eigen dikte voor. Bij zijwanden tot de grond krijgt elke zijwand voor-onderaan een uitsparing, zo diep als de terugligging en zo hoog als de sokkel, die je na het zagen uitzaagt. Op een onderplaat worden de zijsokkels korter. Hoe verder terug, hoe smaller de voet waarop de kast staat: boven 100 mm kantelt hij eerder voorover. Hooguit een derde van de diepte. De maat geldt vanaf de voorkant van de romp. Koos je nog geen Sokkelconstructie, dan zet een terugligging hem op Onder de bodem: de sokkel staat onder de doorlopende bodem en de zijwanden hoeven niet uitgezaagd; een regel onder het veld zegt dat. Kies je daarna zelf Tot de vloer, dan blijft dat staan, en zegt de regel hoe groot de uitsparing in elke zijwand wordt, met de knop Sokkel onder de bodem. Bij zijwanden door blijft de zijkant in de zaaglijst een rechthoek, met eronder de opmerking uitsparing 60 × 100 mm; het boorplan in de bouwhandleiding tekent de uitsparing met maten, de tekening Zij toont de zijwand met de hoek eruit. Boven de grens meldt de kast dat de voet smal wordt. Staan er in een rij kasten met een sokkel die niet even ver terugliggen, dan meldt de app dat en zet een knop de terugligging van deze kast op de hele rij.
- Sokkelopbouw
- Regelwerk of Plaatstroken. Waar de onderplaat op rust. Regelwerk: een ladder van ruw vuren (staat in de afkortlijst), het stevigst. Plaatstroken: stroken plaatmateriaal op sokkelhoogte, direct onder de onderplaat geschroefd: een voorlijst, een achterlijst en dwarssteunen om de 55 cm. Minder werk, zoals bij kant-en-klare kasten. Bij plaatstroken komen Sokkel achter en Sokkelsteun als panelen in de onderdelenlijst en het 3D-aanzicht, en verdwijnt het regelwerk uit de afkortlijst en uit het stabiliteitsblok.
- Achterregels
- Smalle dwarsregels achterin, van hetzelfde plaatmateriaal. Ze houden de zijwanden op afstand en geven je iets om aan de muur te schroeven. Ze nemen het scheefzakken niet weg; daarvoor is een achterwand in groef of vastzetten aan de muur nodig. Inleggen: tussen de zijwanden. Staan er tussenschotten, dan komt er per vak een eigen stuk, want de regel kan er niet doorheen. Opleggen: tegen de achterkant over alles heen, één stuk zo lang als de buitenmaat.
- Bovenkant
- Dicht blad (standaard) of Bovenregels. Een keukenonderkast of werkbankkast heeft vaak geen dicht bovenblad, want er komt een werkblad op. Twee bovenregels, voor en achter, houden de zijwanden bovenin op afstand, en door die regels schroef je het werkblad van onderaf vast. Ze liggen plat, gelijk met de bovenkant van de zijwanden, en zijn van hetzelfde plaatmateriaal als de romp. Achterregels zijn iets anders: die staan rechtop achterin, om de kast aan de muur te schroeven. Wat de regels schelen is plaatoppervlak; of je ook een hele plaat minder koopt, zie je aan het aantal platen in het zaagschema. Zonder werkblad erop kies je een dicht blad. Niet bij een schuine kast. Kies je Bovenregels, dan staan in de zaaglijst Bovenregel voor en Bovenregel achter in plaats van het bovenblad, en onder de keuze staat hoeveel plaat dat scheelt, met een bedrag als de plaat een prijs heeft. In de modus Geavanceerd stel je Breedte bovenregels in. Hoe breed de voorste en de achterste bovenregel zijn, van voor naar achter. Standaard 100 mm; keukenfabrikanten gebruiken 40 mm tot 100 mm. Hooguit de halve diepte van de kast. Ligt de achterwand in een groef, dan moet die groef in de achterste regel passen. Hang je de kast aan kastophangers, of past de groef van de achterwand niet in de achterste regel, dan meldt de app dat, met een knop om het op te lossen. Staat Achterwand op Geen met achterregels, dan staat onder de achterregels wat die schelen tegenover een achterwand, alleen als het in geld iets scheelt. De bouwhandleiding zet de regels met deuvels en lijm tussen de zijkanten, met de stappen Bovenregel achter en Bovenregel voor.
- Ophangen
- Kastophangers of Geen (standaard). Voor een kast die boven de vloer hangt, zoals een keukenbovenkast. Kastophangers dragen een kast die boven de vloer hangt, zoals een keukenbovenkast of een badkamerkastje. Je schroeft een rail waterpas aan de muur en hangt de kast erin; daarna stel je hoogte en diepte bij zonder de kast eraf te halen. De ophangers zitten binnen in de bovenste achterhoeken tegen de zijwanden; hun haak gaat door een uitsparing in de achterwand naar de rail. Daarom zet deze keuze de achterwand in een groef met 16 mm ruimte erachter. Het draagvermogen dat de fabrikant opgeeft, geldt voor een kast tot 400 mm diep, en niet voor de muur: in steen of beton met pluggen die bij de muur passen, in gipsplaat alleen waar hout of een regel achter zit. Staat je kast op de vloer, dan heb je dit niet nodig; zet hem dan vast met muurankers. Is de kast dieper dan 400 mm (tot {diep500}), dan rekent de app met een zwaardere ophanger zonder rail (Hettich SAH 500): het korpusdeel zit met vier pluggen in elke zijwand en haakt in een wanddeel dat je aan de muur schroeft. Die koop je bij een beslagwinkel of online. Kies je Kastophangers, dan zet de app de achterwand op In groef met genoeg afstand tot de achterkant; wordt die afstand later kleiner, dan meldt de app dat en biedt een knop om hem terug te zetten. Uitzetten laat de achterwand zoals hij is. Onder de keuze staan het aantal ophangers, hun draagvermogen, de lengte van de rail en het gewicht van de kast, leeg en met inhoud volgens de belasting die je bij Stabiliteit kiest. Is de kast met inhoud zwaarder dan wat de ophangers samen dragen, dan meldt Stabiliteit dat. Wat heb ik nodig noemt de kastophangers en de rail in plaats van muurankers, het 3D-beeld toont ze als metalen blokjes, en de bouwhandleiding zet de ophanger op elke zijwand vóór de romp in elkaar gaat en eindigt de romp met de stap Kast ophangen, met een doorsnede op maat en een waarschuwing over de muur. Bij een diepe kast (zie hierboven) komen er overal wanddelen in plaats van de rail: in de lijst, in 3D, in de doorsnede en in de bouwhandleiding, en het boorplan heeft dan vier gaten van ø 10 mm per zijwand. Bij een hoekkast hangt de buurkast haaks ervoor mee, en kunnen de laden in de verborgen uittrek kantelen (zie Voorbeelden).
- Inbouw
- Vrij (standaard) of In een kast. Vrij: een gewone kast. In een kast: je schuift deze kast als inzet in een bestaande kast, bijvoorbeeld laden hoog in een hangkast. Zonder deur ervoor lopen de ladefronten opzij over de wanden van de buitenkast, tot de voeg; boven en onder niet. Met een deur ervoor staat de inzet achter de montageplaten van de scharnieren. Ophangen vervalt, want de buitenkast hangt al. Schroef de inzet door de zijwanden vast. Bij In een kast verschijnen Wanddikte buitenkast en Deur ervoor (Geen of Deur), met de uitkomst eronder; de i-knopjes tonen een bovenaanzicht van de voorhoek op maat. Wat heb ik nodig noemt dan vier schroeven om de inzet vast te zetten en geen muurankers; de bouwhandleiding eindigt met de stap Kast in de buitenkast.
- Nerfrichting
- Mooie nerf houdt de houtnerf per paneel aan; minste afval laat panelen vrij draaien (op nerfloze platen zoals melamine gebeurt dat sowieso al).
Naast de meeste velden in de kaart Kast (sokkel, kantenband, nerf, de speling van de planken, en alle velden in de rijen Deuren en ladefronten en Ladebak en geleiders) staat een klein i-knopje (Info). Een tik erop opent een venstertje met wat het veld is, waar het voor dient en een gangbare waarde; Sluiten of Escape sluit het weer. Er is geen tooltip bij zweven, dus op een tablet werkt het precies zo.
Bij een zolderkast komen er twee velden bij: Eén zijde op volle hoogte, de andere lager met een schuin dak. Planken blijven waterpas en worden in het schuine deel korter. De hoogte aan de lage zijde (de volle hoogte staat bij Hoogte). En Breedte van het volle-hoogte deel aan de hoge zijde; daar begint het schuine dak. 0 = volledig schuin.
Een plank onder de schuinte mag niet hoger liggen dan de lage zijwand, tenzij er een schot onder staat. Aan de lage kant is er anders geen wand voor plankdragers, en een schuine plaat neemt geen plankdrager. De tool meldt zo'n plank als fout en biedt Herstel aan: bekijk eerst het voorstel voor een schot onder de schuinte en bevestig met Toepassen. Het schot komt zo dicht bij de lage zijde als de hoogste plank toelaat. De planken liggen dan tussen dat schot en de hoge zijkant; het smalle vak onder de schuinte blijft open. Het schot loopt tot de schuine plaat, met de bovenkant schuin gezaagd, en de schuine plaat wordt er in de bouwhandleiding in geschroefd. Het sjabloon zolderkast heeft dit schot al.
De stabiliteitscheck
In de rij Stabiliteit van de kaart Kast kijkt de tool mee of je ontwerp houdt wat het belooft; de dichte rij en de stip in de strook onderaan de zijbalk zeggen in één oogopslag of er iets is. Je geeft op hoe zwaar de planken belast worden: Licht, Gemengd of Boeken.
Is er niets aan de hand, dan staat er Stabiel ontwerp. Anders krijg je een concrete waarschuwing, zoals een plank die kan doorbuigen, een kast die zonder rug scheef kan zakken, of een hoge kast die aan de muur verankerd moet worden.
Bij een kast zonder rug kies je Achterwand kiezen: de app springt naar de achterwandkeuze, en de waarschuwing verdwijnt zodra er een achterwand is. Of je kiest Ik zet hem aan de muur als je hem boven en onder in de zijkanten aan de muur schroeft. Een achterregel houdt de kast niet haaks, daarom staat die er niet bij.
Die waarschuwing komt eerder als je kast lades heeft: dan al vanaf 69 cm hoog, in plaats van vanaf 1,50 m. Dat is geen overdreven voorzichtigheid maar de grens uit de Amerikaanse norm ASTM F2057, die sinds 2023 verplicht is voor ladekasten. Een kast met lades kantelt eerder dan hij lijkt: een uitgetrokken lade trekt het gewicht naar voren, en een kind dat op die lade klimt doet de rest. Zet de bovenkant vast aan de muur met een hoekanker of band, niet aan het dunne rugpaneel, met een plug die bij je muur past (steen, beton of gipsplaat). In de Verenigde Staten is ankeren voor dit soort meubels vanaf 69 cm hoog wettelijk verplicht (ASTM F2057).
De check is een hulpmiddel, geen keuring. De doorbuigcijfers komen uit de tabellen van de Composite Panel Association en houden een plank binnen de gebruikelijke grens van een 240ste van de overspanning. Voor de kans op scheefzakken zonder rugpaneel hanteren we een eigen vuistregel: die is verstandig, maar staat in geen norm.
Naar het zaagschema
Onderaan de zijbalk staat een strook die met je ontwerp meeloopt: het aantal panelen en platen, het percentage afval en rest, de stabiliteitsstip en de knop Naar zaagschema →. Op een computer blijft hij in beeld terwijl je door de kaart scrolt. Klaar met ontwerpen? Klik die knop of ga naar het tabblad Zaagschema. Je onderdelen staan er al, met de namen die de kast eraan gaf. De platenlijst is ook al aangevuld; die staat dan met het merkje voorstel.
Onderdelen die uit de kast komen kun je niet los hernoemen: ze horen bij een vak in het ontwerp. Verander je iets in de kast, dan lopen ze mee.
Meer kasten in één project (kastenrij)
Liever kijken? De video Een kastenwand maken laat zien hoe je meerdere kasten in één project zet.
Een wandkast, een keukenwand of een kledingkast van drie korpussen bouw je als één project met meerdere kasten: één zaaglijst, één zaagschema en één boodschappenlijst. Bovenaan de kastontwerper staat + Kast toevoegen. Je kiest wat je toevoegt: Een kopie van kast B ernaast (materiaal en indeling overnemen) (bij een gewone bronkast geef je breedte, hoogte en diepte op, standaard gelijk aan de bronkast; vanuit een hoek blijft de breedtekeuze ongewijzigd; een dubbele deur op een vak dat daardoor smaller wordt dan 600 mm, wordt één deur), Een bovenkast boven kast B (zie hieronder bij Bovenkasten) of Een kast uit een ander project. Bovenin het venster kies je waar de nieuwe kast komt: Links van kast B of Rechts van kast B van de kast die je bewerkt (links van een hoek, de hoek met rolwagen of een hoekkast, komt de nieuwe kast haaks langs de korte muur: de eerste wordt de buurkast van de hoek, een volgende komt daarnaast, verder van de hoek af; als voorbeeld dient dan de buurkast, niet de hoek zelf). Staat de kast die je bewerkt haaks langs de korte muur (de buurkast van een hoekkast, of een kast daarnaast), dan is er geen keuze: de nieuwe kast komt langs die muur naast hem, verder van de hoek af, in dezelfde laag. In de balk staan de kasten langs de korte muur links van de hoek, op dezelfde schaal als de rest. Haal je er een weg, dan schuiven de kasten erachter op naar de hoek; de eerste wordt de buurkast van de hoekkast en krijgt de breedte die de hoek vraagt. Bij die tweede keuze open je de projectenlijst en klik je het project aan; heeft dat project zelf meerdere kasten, dan vink je aan welke je wilt, of Alle kasten. Ze komen in hun eigen volgorde, bovenkasten in de bovenrij, en uittrekken komen met hun kast mee. Een hoek met rolwagen kun je zo niet invoegen, want die hoort vooraan in de rij. De kast komt als kopie mee, het andere project verandert niet. Wijken materiaal, dikte, diepte, constructie of afwerking af van deze rij, dan zie je eerst een overzicht van de verschillen en kies je: Instellingen van deze rij overnemen, Instellingen van de kast behouden of annuleren.
Vanaf twee kasten verschijnt onder de titel een miniatuur van de rij: per kast een blokje, in verhouding zo breed en zo hoog als de kast, met de letter en de breedte erin, en daarnaast "+" om een kast toe te voegen en "−" om de kast die je bewerkt te verwijderen (na een vraag). De titel en het kopje boven de maten zeggen welke kast je bewerkt. De tekening (Voor en Zij) toont alleen die kast op volle grootte; de 3D-weergave toont de hele rij, met de kast die je bewerkt in kleur en de buren gedempt. Tik in 3D op een buurkast om die te bewerken. Bij uiteenschuiven wijken de buren opzij; de afdruk van het 3D-aanzicht toont ook de rij. Wisselen kost één tik, en ongedaan maken onthoudt de historie per kast. De knop met de drie puntjes naast de miniatuur opent de acties voor de gekozen kast: Verplaatsen…, Naar links, Naar rechts, Instellingen naar alle kasten (materiaal, dikte, constructie en afwerking van deze kast naar alle andere) en Kast B verwijderen. Met Verplaatsen… kies je in een venster waar de kast komt: langs de wand na een andere kast, om de hoek langs de korte muur, of wisselen met een andere kast. Sneller is slepen in de miniatuur: met de muis houd je een kast ingedrukt en sleep je hem; op een telefoon houd je hem even vast tot hij loskomt; de eerste keer staat daar een tip onder de miniatuur, die Begrepen weghaalt. Een label bij het sleepbeeld zegt waar hij komt ("Na kast C"), en de kast of het blok om de hoek waar hij landt licht op. Slepen kan alleen binnen dezelfde rij, boven of onder; naar de andere rij gaat via het menu. Na een verplaatsing zie je onderaan welke letter de kast nu heeft (letters horen bij de plek in de rij), met een knop om het ongedaan te maken. Een hoekkast, de hoek met rolwagen en de buurkast haaks ervoor staan vast in de hoek; daar staan Naar links en Naar rechts uit. De miniatuur is je wand uitgevouwen, op schaal en met de breedte in elk vak: de lange muur loopt vanaf de hoek naar rechts, de korte muur naar links. Een donkere lijn markeert de hoek. De hoekkast loopt over die lijn door; zijn deel langs de korte muur is iets donkerder en heeft een klein L-teken. Kasten om de hoek staan links daarvan, op hun echte plek: een kast die boven de hoek hangt, staat in de miniatuur ook boven de hoek. Is de wand te lang voor het scherm, dan kun je de miniatuur opzij schuiven. Met Voeg tussen kasten geef je op hoeveel ruimte er tussen twee kasten zit; 0 betekent dat de zijwanden tegen elkaar staan. Een apothekersuittrek is geen kast naast de andere en staat dus niet in de miniatuur: onder de rij staat per kast wat erin zit ("In kast B" met een knop per uittrek, bijvoorbeeld "Apothekersuittrek 1 · 2 planken · buisreling"). Zie hieronder bij Apothekersuittrek.
Heeft een andere kast in de rij een fout, zoals een vak dat te klein is of een onderdeel dat op geen plaat past, dan staat in zijn blokje rechtsboven een rood rondje met het aantal fouten (een fout in een uittrek telt bij de kast waar hij in zit). Onder de aandachtspunten van de kast die je bewerkt staat dan Ook een fout in: met een knop per kast; een tik brengt je erheen. Adviezen, zoals een dunne ladezijde, zie je pas als je die kast opent.
Heeft minstens één kast in de rij Bovenregels, dan staat in elk blokje van de miniatuur een klein bovenaanzicht van de bovenkant: een dichte rechthoek voor Dicht blad, een open rechthoek met een regel voor en achter voor Bovenregels. Zo zie je in één keer op welke kasten een werkblad komt. Dezelfde tekens staan op de knoppen bij Bovenkant. Een uittrek, hoekkast, hoek met rolwagen of schuine kast heeft die keuze niet en krijgt geen teken. In het menu met de drie puntjes zet Bovenregels op alle lage kasten bovenregels op alle kasten in de onderrij tot 1100 mm hoog die nog een dicht blad hebben; hogere kasten en bovenkasten houden hun blad, want daar kijk je op de bovenkant. De melding daarna zegt welke kasten het zijn en maakt het in één keer ongedaan.
Bovenkasten: boven een kast in de rij kun je een bovenkast hangen, via Een bovenkast boven kast B in het venster van "+" of via Bovenkast erboven in het menu met de drie puntjes. Een bovenkast is een gewone kast (de keukenbovenkast) die aan kastophangers hangt; bij Ophangen staat dan Kastophangers (een bovenkast hangt altijd). De miniatuur krijgt een tweede strook: de bovenrij boven de onderrij, allebei op dezelfde schaal, zodat je ziet of de kanten op één lijn liggen. Naast Voeg tussen kasten staat Ruimte erboven: De vrije ruimte tussen de onderkasten en de bovenkasten, gemeten vanaf de bovenkant van de hoogste onderkast eronder. Komt er nog een werkblad op de onderkasten, dan gaat de dikte daarvan eraf; bij de hoek met rolwagen telt zijn werkblad al mee. Keukengidsen houden boven het werkblad minimaal 50 cm aan, meestal 50 tot 65. De maat geldt voor de hele bovenrij: alle bovenkasten liggen bovenaan op één lijn. Eronder staat waar de bovenkant van de bovenkasten vanaf de vloer komt. Liggen de kanten van boven en onder niet op één lijn, dan zegt een regel onder de miniatuur hoeveel; is de ruimte kleiner dan 500 mm of raakt een bovenkast een hogere onderkast, dan staat dat er als waarschuwing. In het menu zet Naar de bovenrij een kast die kan hangen in de bovenrij, en Naar de onderrij haalt hem terug. Dat kan alleen als de ophangers hem dragen: niet dieper dan 400 mm en niet te zwaar. Een gewone onderkast van 560 mm diep hoort dus onder. Een hoek met rolwagen of een machinevak kan niet hangen; een kast met apothekersuittrekken wel, en het gewicht van de uittrekken met hun inhoud telt dan mee voor de ophangers; kies je bij een bovenkast Inbouw in een kast, dan gaat hij naar de onderrij. Naar links en Naar rechts schuiven binnen de eigen rij; Instellingen naar alle bovenkasten werkt alleen op de bovenkasten, en Materiaal en fronten naar de hele rij zet materiaal en fronten op alle kasten, boven en onder. In 3D hangen de bovenkasten op hun hoogte, en de bouwhandleiding tekent op de pagina Kastenrij beide rijen met de hoogte van de rail.
Opvulstukken en open plekken: in het menu met de drie puntjes zet Opvulstuk ernaast een opvulstuk rechts naast de kast, Open plek ernaast een open plek (ruimte zonder kast, bijvoorbeeld voor een raam, een afzuigkap of een vaatwasser), en bij de eerste kast van een rij zet Opvulstuk links tegen de muur een opvulstuk tussen de muur en die kast. Dezelfde keuze staat als Opvulstuk of open plek naast kast B in het venster van "+". Je kiest de soort en de breedte; de kasten erna schuiven zoveel op. Een opvulstuk is een strook van het frontmateriaal van de kast ernaast, even hoog als zijn fronten, met vier klosjes uit kastplaat erachter tussen de zijwanden; onder een kast met sokkel komt er een plintstuk onder. Het is minstens 20 mm breed, en is hij breder dan 150 mm, dan zegt het venster dat daar eerder een kast of een open plek past. In de miniatuur is een opvulstuk een smal blokje en een open plek een gestippelde plek; eronder staat per element een knop met de soort, de maat en de plek. Tik op die knop (of op het blokje) om de soort of breedte te wijzigen of het met Weghalen weg te halen. Liggen boven en onder niet op één lijn, dan staat bij de regel onder de miniatuur een knop: Opvulstuk toevoegen bij een verschil tot 150 mm, Open plek toevoegen daarboven. Die zet het element aan de kortere kant met precies het verschil. Het opvulstuk en de klosjes staan in de zaaglijst, in 3D en op de pagina Kastenrij van de bouwhandleiding, met een bovenaanzicht en hoe je een opvulstuk tegen de muur afschrijft; een open plek staat alleen met zijn maat in de rijfiguur. Haal je een kast weg, dan schuift wat erachter stond naar de kast ervoor.
In de zaaglijst staat elke kast onder een eigen kop ("Kast B · 600 × 2000 · 21 onderdelen"), in te klappen met het pijltje; "Open het ontwerp" springt naar die kast. Boven de onderdelenlijst kies je bij Zagen tussen Hele project en een of meer kasten (A, B, C): het zaagschema, de onderdelenlijst en de zaaglijst tonen dan alleen de onderdelen van die kasten en hun apothekersuittrekken, met dezelfde nummers. Een tik op een letter zet die kast erbij, nog een tik haalt hem eraf; Hele project wist de keuze. Zo zaag je bijvoorbeeld de drie kasten die je dit weekend bouwt samen, wat vaak platen scheelt ten opzichte van kast voor kast; wat overblijft kun je als reststuk bewaren. Verbindende planken en opvulstukken komen mee zodra alle kasten waar ze aan vastzitten gekozen zijn. Kies je alle kasten, dan is dat gewoon Hele project. De keuze blijft bewaard bij het project. Voeg je zelf een onderdeel toe terwijl er een kast gekozen is, dan hoort het bij die kast (bij meer gekozen kasten de eerste) en komt het onder zijn kop; met Hele project hoort het bij geen kast. Een eigen onderdeel blijft staan als je daarna een kast in het ontwerp wijzigt. Hetzelfde geldt als je in de zaagplanner een onderdeel van een kast verwijdert of een andere maat geeft: dat blijft zo, ook als je de kast later wijzigt. Onder de kop van die kast staat dan wat er afwijkt, met Terugzetten naar het ontwerp. De CSV-export krijgt een kolom kast (A, B, C), de boodschappenlijst telt beslag per kast op ("A 4 · B 4 · C 4") en het regelwerk onder een sokkel krijgt de letter in de naam.
Een legplank van zijwand tot zijwand, bijvoorbeeld boven een lager tv-meubel tussen twee hoge kasten, voeg je toe via het menu met de drie puntjes: Plank tussen kasten…. Je kiest het kastpaar uit een lijst met alleen de mogelijkheden die kunnen ("kast A en kast C (over B heen)"; twee kasten die tegen elkaar staan bieden geen ruimte), de bovenkant van de plank vanaf de vloer (Bovenkant plank vanaf de vloer), de diepte en de dikte. Onder de hoogte staat meteen wat dat betekent: zoveel boven de tussenkast, zoveel onder de bovenkant van de hoge kast, de onderkant en de boorhoogte van het hart voor de excenters; buiten het bereik staat er tussen welke maten het moet liggen. De lengte rekent de tool uit (van zijwand tot zijwand, zonder speling: de excenters trekken de plank tegen de wand) en is niet instelbaar. Buigt de plank bij die lengte zichtbaar door, dan zegt het venster dat erbij, met dezelfde regel als de stabiliteitscheck.
De plank staat daarna onder de miniatuur ("Plank A–C · 600 × 600 × 19 mm · bovenkant 1400 mm") met Wijzigen en Verwijderen, in de zaaglijst als Verbindende plank onder een eigen kop, in 3D als vlak tussen de kasten, en in de boodschappenlijst als excenters (twee per zijde, drie bij een diepte boven 500 mm) en deuvels. Verandert een kast zo dat de plank niet meer past, dan vervalt hij met een melding.
Apothekersuittrek
Liever kijken? De video Apothekerskast zelf maken laat de uittrek en het railsysteem zien.
Een apothekersuittrek is een smalle, hoge lade die als geheel uit de kast komt en van twee kanten bereikbaar is. Tik een vak aan en kies + Apothekersuittrek. Het vak vult zich met één uittrek. Dat kan ook in een vak achter een deur, bijvoorbeeld in een kast met deuren of een kledingkast: de uittrek heeft zijn eigen front, dus de deur gaat van dat vak af. Dekte de deur alleen dit vak, dan verdwijnt hij; dekte hij meer vakken, dan houdt hij de rest. Een melding zegt wat er met de deur gebeurde, met Ongedaan maken ernaast. In het blok Apothekersuittrek bovenaan de zijbalk zet je het aantal (Aantal uittrekken), de geleider, de hoogte van de montagelijst, de speling en het front (opdek of inliggend). Vanaf twee uittrekken zet de app automatisch een tussenschot ertussen (bij Gelijk; voor Raster zie hieronder). Tik je het vak later weer aan, dan zegt het palet welke uittrek erin zit en wat erin staat ("Dit vak is apothekersuittrek B1 (2 planken · buisreling)"), met Uittrek bewerken, Instellingen uittrek en een knop om het vak leeg te maken: dan verdwijnt de uittrek (een melding zegt welke, met Ongedaan maken) en deel je het vak zelf in, bijvoorbeeld met een deur. Het front in de tekening draagt de naam van de uittrek (B1).
Bij Verdeling kies je Gelijk (standaard: alle uittrekken even breed, met een tussenschot ertussen) of Raster. In het raster is elke uittrek 1 tot 10 plekken breed. Een plek is 102 mm: 100 mm front plus 2 mm voeg. Een uittrek van 2 plekken heeft dus een front van 202 mm, een van 3 plekken 304 mm; de bak is 6 mm smaller dan zijn front. De uittrekken staan zonder tussenschot naast elkaar en het front ligt in de kast, met 2 mm voeg tot de zijwand. Zo ruil je later twee uittrekken van 1 plek tegen één van 2 plekken, zonder iets aan de kast te veranderen. Per uittrek staat een regel met zijn letter, het aantal plekken (− en +), de frontmaat en twee pijlen om hem met zijn buurman te wisselen; zijn indeling gaat mee. Aantal uittrekken zet er rechts een uittrek van 1 plek bij of haalt de rechter weg. Op de bodem staat een vaste montagelijst op elke plek en één tussen elke twee plekken, om de 51 mm. Elke uittrek hangt daardoor midden op een lijst, en bij wisselen verzet je alleen de geleiders. Alleen de lijsten onder een uittrek krijgen een geleider; de bouwhandleiding zegt per lijst of er een geleider op komt. In het raster is er één geleider per uittrek, of 1 zwaar; een zwaarlastgeleider past bij 18 mm plaat niet tussen de lijsten, en dan meldt de app dat. Passen de plekken niet precies in het vak, dan zegt een regel onder de fronten hoeveel er over is of tekort komt. Beslaat het vak de hele breedte van de kast, dan zet de knop "Kast op … breed" de kast op de breedte waarbij het raster sluit (bij 6 plekken en 18 mm plaat: 650 mm). Automatisch verdelen verdeelt de plekken weer gelijk over de uittrekken. Heeft een uittrek van 2 plekken of meer French cleats, dan staat er een regel Bak 1200 met Zo breed als het front of Smal. Smal maakt de bak half zo breed als het front: de helft van de plekken, naar boven afgerond (bij 2 plekken 1, bij 3 of 4 plekken 2). De bak schuift naar de kant van de cleats; wat eraan hangt, steekt aan de open kant uit de bak, achter de rest van het front. Het front blijft even breed. Zo scheelt elke plek een strook van 102 mm uit voorwand, achterwand, bodem en deksel. De geleider staat op het midden van de plek van de bak aan de open kant (bij een bak van 2 plekken dus niet in zijn midden; wat aan de open kant hangt, weegt daartegen op). Zijn alle bakken in het raster zo, dan vallen de lijsten tussen twee plekken weg en staan ze om de 102 mm. De bouwhandleiding geeft voor zo'n front meer schroeven: 4 bij 1 plek tot 8 bij 4 plekken. Achter de geleider blijft in het raster 17 mm vrij tot de achterwand. Bij 18 mm plaat vraagt een geleider van 600 mm dus een vak van 653 mm diep: 18 mm front, 18 mm waarmee de lijst achter de voorwand van de uittrek begint, 600 mm geleider en 17 mm vrij.
De kast krijgt er per uittrek een front en per geleider een montagelijst bij; die staan met de schotten in de zaaglijst. Per uittrek staat onder het blok de berekende maat (breedte × hoogte × diepte). De regels: de uittrek is het deelvak min tweemaal de zijspeling breed, de vakhoogte min de liggende bovengeleider (12,7 mm) min de versprong hoog, en zo diep als de langste geleider (300 tot 700 mm, per 50) die in het vak past. Met 1 zwaar bij Geleiders gaat dat tot 1500 mm; boven 700 mm ligt er dan ook boven een zwaarlastgeleider (19 mm), want gewone kogelgeleiders bestaan niet langer. Een aandachtspunt zegt het als het vak dieper is dan 700 mm en er gewone geleiders in staan, met een knop om er zwaarlast van te maken. De montagelijst is 2 mm korter dan de geleider en ligt de plaatdikte van de uittrek achter de voorkant. Het i-tekentje bij Aantal uittrekken laat de doorsnede zien. Ook in een uittrek kun je een vak weer een + Apothekersuittrek geven, bijvoorbeeld een smal hoog vak voor de geleiderails van een invalzaag: die binnenste uittrek (A1.1) schuift uit de open kant van de uittrek, en heeft een eigen regel onder de rij ("In uittrek A1"); dieper dan één uittrek in een uittrek gaat het niet. De bouwhandleiding bouwt hem in het hoofdstuk van de uittrek, met zijn lijsten en geleiders op de losse platen, en schuift hem erin voordat de uittrek zelf de kast in gaat. Bij Open kant kies je aan welke kant je de uittrek leegt: Rechts (standaard) of Links, bijvoorbeeld als rechts een hoekkast staat. Aan de andere kant zit de achterwand of zitten de French cleats. Bij Links draait de uittrek een halve slag om, zodat je zijn indeling ziet zoals je ervoor staat en niets in spiegelbeeld komt. Bij een uittrek in een uittrek gelden Links en Rechts vanuit de buitenste uittrek, die gedraaid in de kast staat; een regel onder de keuze zegt welke kant naar voren wijst. De binnenste uittrekken schuiven altijd uit de front van de buitenste, deze keuze zet alleen hun achterwand of cleats aan de andere kant. Bij Geleiders kies je auto (twee geleiders zodra de uittrek breder is dan 400 mm), 1, 2 of 1 zwaar: één zwaarlastgeleider onder in het midden in plaats van twee gewone, met één gewone boven. Dat is een eigen keuze van de uittrek: zwaarlast bij de laden van de kast geldt hier niet. Staat er een melding dat de uittrek te breed of te hoog is, dan kun je via Herstel eerst het gevolg van Eén zwaarlastgeleider bekijken en daarna met Toepassen bevestigen. Dat scheelt een montagelijst per uittrek, maar de geleider is duurder en 19 mm dik, en de montagelijst gaat mee naar 65 mm (en terug als je daarna iets anders kiest). Voor één geleider in het midden geeft geen fabrikant een draagvermogen; het i-tekentje zegt dat erbij.
Elke uittrek is een eigen kast in hetzelfde project, met de letter van de kast en een volgnummer (A1, A2). Je opent hem met Uittrek bewerken in het palet, met Open B onder het blok, of met zijn knop onder de kastenrij. Bovenin staat dan waar je bent ("← Kast B › Apothekersuittrek 1"); de knop met de pijl brengt je terug naar de kast. De tekening is een zijaanzicht van de uittrek, van rechts gezien: links zit het front, en de breedte is daar de diepte van de uittrek. De buitenmaten staan met een slot: ze volgen uit het vak en lopen mee als de kast verandert. De indeling is vrij: planken, schotten en laden zoals in elke kast. Een lade in een uittrek is een binnenlade: altijd inliggend, want een opliggend front zou tegen de kast eromheen lopen; de geleiders komen op de voor- en achterwand van de uittrek, en de lade schuift naar de open zijde uit. De uittrek is een kwartslag gedraaid: zijn zijwanden zijn de voorwand en de achterwand, zijn achterwand is de Zijafsluiting. Daar kies je Plaat, French cleats of Geen. Bij Plaat kies je eronder bij Plaat zit opdek, in groef of in sponning. Bij French cleats komen er op de open zijkant latten met een schuine kant van 45°, waar je gereedschapshouders in hangt: bovenaan een rechte lat en daaronder de schuine latten van boven af: de bovenste met 55 mm ruimte, de volgende om de Hart op hart (standaard 105 mm). De afstand van de onderkant van de ene lat tot de onderkant van de volgende. Om een houder erin te kantelen moet die afstand minstens de latbreedte plus een kantelruimte zijn (90 mm bij latten van 50 en 18). Op een gereedschapswand ligt hij meestal tussen 75 en 200 mm. In de zaaglijst staat één plank waaruit je alle latten zaagt, per paar één snede onder 45°; de regel onder de keuze noemt de breedte van die plank en hoeveel ruimte er aan de binnenkant overblijft voor houders, en de bouwhandleiding heeft een stap voor het zagen (met de geleiderail of op de tafelzaag) en een voor het opschroeven. Latbreedte en Latdikte staan in Geavanceerd. Een plaat of French cleats kan alleen bij een opdek-front, en de delen worden dan de plaat- of latdikte smaller. Staat er toch een melding over een zijafsluiting bij een inliggend front, dan opent Herstel het voorstel Fronten van dit uittrekvak opliggend. Dat verandert de frontkeuze in het oorspronkelijke vak: alle uittrekken uit datzelfde vak krijgen een opliggend front. Bekijk dit gevolg vóór Toepassen. Uittrekken op het raster blijven altijd inliggend; daar is voor deze melding alleen Naar de oorzaak beschikbaar. Bij Planken kies je de Reling: een buis (twee stangen per plank op de boodschappenlijst, met vier houders per stang), een houten lat (twee latten van 30 mm per plank in de zaaglijst) of geen. In 3D staan de uittrekken dicht in hun kast; een tik op het front of Open alles schuift ze uit, nog een tik weer dicht, een tik op de inhoud opent de uittrek om hem te bewerken. Bewerk je de uittrek, dan staat hij in 3D helemaal uit; zit er een uittrek in, dan schuift die met een tik op zijn front. In de onderdelen en de zaaglijst staat de uittrek onder zijn kast, met een eigen kopje (Apothekersuittrek B), en klapt hij mee dicht met de kast. De boodschappenlijst telt de kogelgeleiders per paar (onder en boven, per uittrek) en de grepen van de fronten. In het menu (⋯) van de kastenrij staan Indeling kopiëren naar de andere uittrekken en Losmaken als eigen project: dat laatste zet de uittrek als gewone kast in een nieuw project, met de maten van nu.
Wasmachinekast
Tik een vak aan en kies + Wasmachine. Het vak wordt een open machinevak: geen front, geen deur ervoor en geen achterwand erachter. In het palet wissel je tussen Wasmachine en Droger. De plank direct onder het vak wordt vanzelf een draagblad: twee platen die je verlijmt, samen twee keer de plaatdikte, achteraan korter zodat slangen en stekker erlangs kunnen, met een voorlat die onder een wasmachine boven het blad uitsteekt (onder een droger ligt hij gelijk, voor de lucht). Staat de machine onderin een kast zonder sokkel, dan vervalt de bodem en staat hij op de vloer.
Met + Uittrekplank maak je van een lage vak een plank op kogelgeleiders, om de wasmand op te zetten bij het laden: een plank op twee zijlatten, een paar geleiders en een voorlat zoals een ladefront. De geleiders staan in Wat heb ik nodig, samen met de lijm en de schroeven voor het draagblad; de bouwhandleiding verlijmt het draagblad en bouwt de uittrekplank op de werkbank en plaatst de machines als laatste.
Klep
Is Drukken om te openen bij de hele kast grijs, dan staat er welk front de keuze tegenhoudt en wat je moet aanpassen. Naar de oorzaak brengt je naar dat front. De kastkeuze blijft uit totdat alle fronten die deze keuze volgen geschikt zijn. Zo wordt een ongeschikt front niet stil overgeslagen.
Gasveer is een derde steun voor een klep naar beneden. Kies remmend beslag voor die richting en vul kg per gasveer en de fabrikant in. Bij een inliggende klep werkt Drukken om te openen met een pianoscharnier, twee remmende klepsteunen of gasveren en één opschroefbare drukopener met magneet bovenin midden. De app werkt dit uit tot 600 mm hoog en 900 mm breed, met een volle plaat erboven en voldoende draagkracht volgens de ingevulde bron. Een ketting remt niet, daarom is drukken dan niet beschikbaar; Kies klepsteunen met rem verandert de steunkeuze. De bouwhandleiding beschrijft adapter, tegenplaat, afstellen en de proef met de echte klep. Bij een stevige rem trek je de klep na het drukken aan de bovenrand verder open. Bij opliggend blijft de bestaande Pacta-variant gelden. De inliggende drukvariant heeft geen aparte magneetsnappers of greep. De gasveertekeningen zijn schematisch; volg de montagegegevens van het gekozen beslag. Wat heb ik nodig en de bouwhandleiding tonen bij gasveren de ingevulde fabrikantwaarde per gasveer en de bron. Volg de toepassing en belasting die de fabrikant opgeeft.
Een lade achter een klep is niet toegestaan, ook niet na terugleggen. Kies een deur of ladefront. Met Verwijder alleen het klepfront haal je alleen de klep weg en blijft de indeling bewaard. Dit is ongedaan te maken. Bestaande projecten met laden achter een klep blijven behouden en krijgen een melding. De app rekent deze combinaties zonder klepterugligging; dit is geen goedkeuring van de constructie.
Met Planken erachter bewerk je de vakken achter de klep. De gestippelde indeling blijft bij hetzelfde front horen. Een plank of schot haalt de klep niet weg en verandert de oorspronkelijke klepmaat en onderrand niet. De acties + Apothekersuittrek, + Wasmachine, + Uittrekplank, + Klep en + Deur zijn hier niet beschikbaar, omdat ze het bestaande front zouden vervangen. Na + Plank of + Schot blijft een vak achter de klep geselecteerd en blijft Toon de klep bovenaan bereikbaar. Net als bij een deur verbergt Planken erachter alle fronten, zodat je de hele indeling ziet. Toon de klep brengt je terug naar de klep. Doortrekken over een klepgrens wordt met uitleg geweigerd; voeg de plank of het schot achter de klep toe.
Raakt de nieuwe indeling de ruimte voor het klepbeslag, dan verschijnt een melding. De app past niets stilzwijgend aan. De herstelknop in het kleppalet legt de indeling na jouw keuze achter de schematische beslagzone; de plaat onder de klep blijft liggen. Controleer daarnaast de montagegegevens van het echte beslag. Is de kast te ondiep, of is de ruimte voor het beslag nog niet bepaald (zoals bij Pacta met indeling erachter), gebruik dan Verwijder de indeling achter de klep of kies ander beslag. Ongedaan maken zet de indeling terug.
Tik een vak aan en kies + Klep. Er komt een klep over het vak die naar beneden openklapt. De klep volgt Alle fronten of zijn eigen ligging. Oude projecten behouden bij laden de eerder getekende klepligging. Kies Alle fronten opnieuw om die eigen ligging te vervangen. De gewone opliggende klep met klepsteunen draait om een pianoscharnier op de bovenvoorhoek van de plaat eronder: dicht staat hij vóór de romp, open ligt hij in één vlak met die plaat. Bij de inliggende drukvariant ligt de gesloten klep binnen de romp. Gasveren gebruiken de fabrikantwaarde voor de gekozen toepassing; die waarde bewijst geen draagkracht als schrijfblad. Of je op een open klep kunt werken of leunen, bepaalt de fabrikant van het gekozen beslag. In het palet staan de werkhoogte (sokkel plus scharnierlijn) en het gewicht van de klep, in de eenheid van de app (werk je in duimen, dan in pond). Met Scharnier kies je Onder of Boven.
De volgende uitleg over schrijfbladbelasting geldt voor de gewone opliggende klep met klepsteunen. Bij Steun is Klepsteun de standaard: aan elke kant een klepsteun die de open klep draagt. Vul bij Draagt per klepsteun in wat één klepsteun volgens de fabrikant draagt als schrijfblad, en bij Bron merk en type. De app vergelijkt dat alleen met het gewicht van de klep; wat je erop legt of waarop je leunt, moet de fabrikant opgeven. Zonder waarde meldt de app het aandachtspunt, met de knop Naar klep die het veld opent. Ketting kan ook: de app rekent de ogen en de lengte uit, maar een ketting maakt van de klep geen blad om op te leunen of te schrijven, en dat meldt de app ook; ook bij die melding brengt Naar klep je naar de keuze. Een klep zonder steun kan niet: met het pianoscharnier in de naad stuit hij open met zijn onderrand tegen de plaat eronder en hangt hij alleen aan het scharnier. Open je een ouder project met zo'n klep, dan krijgt die klepsteunen en meldt de app dat één keer. Je mag de eenheid erachter typen, zoals op de verpakking staat (12 kg, of 35 lb in een project in inch). Een ongeldige waarde (geen getal, 0, of een andere eenheid dan die van de app) blijft in het veld staan met een uitleg eronder; stond er al een geldige waarde, dan zegt die uitleg ook dat de app daar nog mee rekent. Kies je een ander vak, dan vervalt de ongeldige invoer. Wissel je tussen Onder en Boven, dan toont het veld de waarde die bij die stand hoort, want het getal betekent daar iets anders. Ga je terug, dan staan je eerdere Draagt per klepsteun en Bron er weer.
Kies je Boven, dan gaat de klep omhoog open aan het beslag van de fabrikant: opklapbeslag, een klepstut of gasveren, met de scharnieren die de fabrikant erbij voorschrijft, dus geen pianoscharnier. Bij Voor klepgewicht tot vul je in voor welk klepgewicht het beslag bij deze klephoogte is, uit de tabel van de fabrikant. Vanaf 40 cm klepbreedte komt er een beslag of gasveer aan elke kant; de scharnieren van de fabrikant staan apart in de lijst. Hun potten boor je op de werkbank, met een Forstnerboor Ø 35 mm of de boormal van de fabrikant; bij Hettich Lift Advanced minstens 90 mm van de binnenkant van de zijwand. De bouwhandleiding volgt daarna de volgorde van Hettich: eerst het beslag in de kast, dan de klep aan de scharnieren en de voeg afstellen, pas dan de gasveren en de kracht.
Bij een inliggende klep zit het pianoscharnier op de zichtzijde van de klep en de voorste kopse bodemrand. De bouwhandleiding toont hiervoor een eigen montagedetail; controleer de voeg en vrije draaibeweging met het echte scharnier.