Zaaglab

Zaaglab › Handleiding › Instellingen

Hoofdstuk 6

Instellingen

Zaagsnede, minimaal reststuk, welke kenmerken meewegen en welke kolommen je ziet. Plus het venster met taal, land en eenheid.

Twee plekken die allebei Instellingen heten

Klik op Instellingen in de balk boven de invoer. De kaart opent en de kop met Optimaliseren op komt in beeld. Nogmaals klikken sluit de kaart niet. De tekst onder de drie knoppen toont dezelfde samenvatting als de kaartkop, ook na wijzigingen. Springen verandert je project niet en berekent geen nieuw schema. Bij Afkorten verdwijnt de balk en verhuist de kaart naar de staven.

De kaart Instellingen staat onder je platen (bij afkorten onder je staven) en begint ingeklapt. Open haar om Optimaliseren op, zaagsnede, minimaal reststuk, trim of overmaat te wijzigen. De kop toont het doel en afwijkende waarden. Het gelijknamige venster in het projectmenu bevat land, eenheid en CNC.

Het blok Instellingen

Bovenaan staat Weegt mee. Die vier schuifjes bepalen of een kenmerk meetelt in de berekening. Zet je er een uit, dan verdwijnt ook de bijbehorende kolom, maar wat je per onderdeel had ingesteld blijft bewaard.

Materiaal
Aan: elk onderdeel gaat alleen op platen van zijn eigen materiaal. Uit: materiaal wordt genegeerd en alles mag op elke plaat.
Dikte
Aan: onderdelen met een dikte gaan alleen op platen van die dikte. Uit: dikte wordt genegeerd.
Nerf
Aan: onderdelen met een vaste nerfrichting mogen niet draaien. Uit: nerf wordt genegeerd en alles mag draaien.
Kantenband
Aan: de zaagmaat wordt per zijde met de kantenband gecorrigeerd. Uit: band telt niet mee (zaagmaat = eindmaat); de instellingen per onderdeel blijven bewaard.
Let op Zet Materiaal of Dikte alleen uit als je écht wilt dat alles op alles mag. Het is een snelle manier om te zien of je lijst klopt (verdwijnt het probleem, dan zat het daar), maar een schema waarin 18 mm op een plaat van 12 mm ligt, kun je niet zagen.

Daaronder staat Kolommen tonen. Toont of verbergt alleen deze kolom; de instelling zelf blijft gewoon gelden. Deze schuifjes veranderen dus niets aan de uitkomst.

Handmatig bijsturen werkt direct door een stuk in het schema te selecteren. Zie Handmatig bijsturen.

Zaagsnede en minimaal reststuk

Kerf (zaagsnede-breedte)
De breedte die de zaag wegneemt; geldt voor alle platen. Een gewoon cirkelzaagblad neemt ongeveer 3 mm weg, een invalzaag met het standaardblad 2,2 mm, en een tafelzaag met een vol blad 3,2 mm. Staat hij te laag, dan vallen je laatste stukken net te kort. Op het tabblad Afkorten stel je hem apart in: daar kort je meestal af op een afkortzaag, en die heeft vaak een groter blad (een gangbaar 216 mm-blad zaagt 2,8 mm breed tegenover 2,2 mm van een invalzaag). Over tien sneden scheelt dat zes millimeter.
Minimaal reststuk
Een overgebleven stuk telt als bruikbare rest als de korte zijde minstens dit is; kleiner is afval. Alles daaronder heet afval en wordt niet bewaard. Zet hem hoger als je schuur al vol ligt, lager als je ook kleine stukjes wilt houden. Bij een staaf gaat het niet om de korte zijde maar om de restlengte; als vuistregel houden veel klussers daar 300 tot 500 mm aan.
Trim (rand bijzagen)
Rand die per kant van een hele plaat wordt bijgezaagd om de fabrieks- of ruwe rand weg te halen. Verkleint de bruikbare maat; geldt niet voor restplaten. De zaagsnede komt er nog bij. 0 = uit. De trim is wat er van de plaat af gaat, de zaagsnede zelf komt erbij; de zaagvolgorde begint dan met die rand en meet alles daarna vanaf de bijgezaagde kant. Handig bij een ruwe plaat of een beschadigde rand. Laat hem op nul staan als je platen netjes op maat zijn. Bij een staaf heet hij Trim (koppen afkorten) en gaat er aan beide koppen iets af, tegen een scheve kop of een droogscheur; vuistregel 20 tot 50 mm per kop, meer als je een scheur ziet. Een staaf die uit je restvoorraad komt wordt niet opnieuw getrimd.
Overmaat (per kant)
Voor wie grof voorzaagt en daarna op maat zaagt, bijvoorbeeld op de tafelzaag. Elk deel komt per kant zoveel groter uit de plaat. Laat op 0 als je laat zagen. Een voorbeeld: zaagsnede 2,5 mm, trim 10 mm en overmaat 5 mm. Tussen twee delen zit dan 2,5 + 2 × 5 = 12,5 mm, en aan de plaatrand gaat er eerst 10 mm plus de zaagsnede af, daarna begint het deel met zijn 5 mm overmaat. In het zaagschema en de zaagvolgorde staan de delen op grofmaat, want dat is wat je uit de plaat zaagt: in het schema is het lichte vlak de grofmaat en de binnenrechthoek met de dunne lijn de eindmaat. De tekening, het etiket en de zaaglijst tonen de maat waarop je het deel daarna zaagt; de zaaglijst zet de grofmaat er klein onder. In de CNC-modus telt de overmaat niet mee, en bij lineair zagen bestaat hij niet.
Tip Weet je je zaagsnede niet? Zaag een proefstukje van bekende breedte doormidden, meet beide helften en trek dat van de oorspronkelijke maat af. Wat overblijft is je kerf.

Het venster Instellingen

Taal
Kies de taal van de tool. Zie Talen, landen en valuta.
Land
Bepaalt welke platenbibliotheek, eenheid en valuta de tool gebruikt. Land bepaalt de winkels, prijzen en valuta. Los van de interfacetaal.
Eenheid
Eenheid voor maten in de tool. Intern rekent Zaaglab altijd in millimeters. Zie Maten en eenheden.
CNC-modus (compacter, niet recht zaagbaar)
Pakt de stukken zo dicht mogelijk, ook met binnenwerkse uitsnijdingen. Deze indeling is NIET met een cirkelzaag of rail te zagen, alleen met een CNC-frees. Exporteer via Exporteren ▸ CNC-export (DXF). Laat dit uit als je met een zaag werkt.
Let op CNC-modus levert een indeling die je met een cirkelzaag of rail niet kunt zagen: de stukken liggen dicht opeen, ook met uitsnijdingen midden in de plaat. Dat kan alleen met een frees. Staat hij aan, dan meldt de tool dat boven het schema.