Zaaglab › Handleiding › Het zaagschema lezen
Hoofdstuk 8
Het zaagschema lezen
Wat elk vlak, elke lijn en elk getal in de tekening betekent, en hoe je de cijfers eronder leest.
De tekening
Elk blok is één plaat, van boven gezien. Boven het blok staat om welke plaat het gaat en hoeveel er van gevuld is.

- Gekleurde vlakken
- Je onderdelen. In elk vlak staat de naam en de maat, en linksboven het nummer dat ook in de onderdelenlijst staat.
- [[schema.rest]]
- Een stuk dat overblijft en groot genoeg is om te bewaren. De grens bepaal je zelf met Minimaal reststuk. Deze stukken gaan naar je restvoorraad zodra je het project op Gereed zet.
- Gearceerde stroken
- Afval: te klein om te bewaren. Ook de zaagsnede zelf zit hierin, en de trimrand als je die hebt ingesteld.
- Stippellijn rondom een plaat
- Deze plaat is geen nieuwe plaat maar een stuk uit je restvoorraad. Boven de plaat staat dan ook uit restvoorraad.
- Het draaipijltje
- Staat bij een stuk dat een kwartslag gedraaid ligt ten opzichte van hoe je het intikte. Dat mag alleen als de nerfrichting vrij is.
De regel boven elke plaat

Daar staat achter elkaar: het hoeveelste blok dit is (Plaat 1 van 2), het formaat van de plaat, het materiaal en de dikte, en rechts hoeveel procent ervan benut is. Is het een reststuk, dan staat de code van dat stuk er ook bij, dezelfde code als op je etiket.
De cijfers rechts

Ingeklapt staat er één regel: hoeveel procent benut, hoeveel platen en hoeveel afval. Klap je hem uit, dan zie je de verdeling in drie delen.
- Benut
- Deel van de plaat dat door je onderdelen wordt gevuld.
- Rest
- Bruikbare reststukken die je kunt bewaren voor een volgend project.
- Afval
- Onbruikbaar restmateriaal: te klein om te bewaren.

Die drie tellen samen op tot honderd procent. Let dus op het verschil tussen rest en afval: rest is winst die je volgende keer gebruikt, afval is wat je weggooit. Een schema met veel rest en weinig afval is prima, ook als "benut" laag lijkt.
Gebruik je meer dan één materiaal, dan staat er ook een uitsplitsing per materiaal, en per plaat de details: Sneden, Zaaglengte, Panelen en Kantenband.
De gekleurde tips onder een plaat
Soms staat er onder een plaat een oranje regel. Dat is geen fout, maar een observatie waar je iets mee kunt.
- Deze plaat is maar deels gevuld. Een kleiner formaat of een ander materiaal kan zuiniger zijn. Vaak is dat de laatste plaat van een project, en dan is er weinig aan te doen. Staat het bij de eerste, kijk dan of een ander formaat beter uitkomt.
- Een regel die zegt dat één stuk een hele extra plaat opent. Dan weet je precies welk onderdeel je een paar millimeter kleiner moet maken om een plaat te besparen.
Wat je in de tekening ziet
In de brede indeling staat boven het schema een rij icoonknoppen. Daar zet je aan en uit wat er getekend wordt.

- Wat heb ik nodig
- De boodschappenlijst. Zie Wat heb ik nodig.
- Maten
- De maat in elk vlak tonen of verbergen. Uit geeft een rustiger beeld om te printen.
- Zaagsneden tonen
- De zaaglijnen apart tekenen. Handig om te zien in welke volgorde je moet zagen.
- Kleur
- Gelijke onderdelen dezelfde kleur geven. Uit zet alles in één tint, wat op een zwart-witprinter scheelt.
- Tekstgrootte labels
- A− en A+ maken de tekst in de vlakken kleiner of groter. Bij veel kleine stukken is kleiner leesbaarder, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt.
- Platen 90° draaien
- De hele tekening een kwartslag draaien. Verandert niets aan de berekening, alleen aan hoe het op je scherm of papier past.
- ⌖ Grondig zoeken
- Langer doorzoeken naar een betere indeling. Zie Waar de tool op optimaliseert.
- Zaag mee
- Volg de zaagvolgorde schermvullend, snede voor snede. Zie Zaaglijst en zaagvolgorde.
In de smalle indeling staan dezelfde schakelaars in een menu achter het knopje met de schuifjes.
